Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de Nieuwe Revu van 31 mei 2017. Hier vind je het artikel op Blendle.

Rusland kent een indrukwekkende lijst van vermoorde journalisten, mensenrechtenactivisten, zakenlui en politici. De slachtoffers hebben één overeenkomst: ze waagden het tegen tsaar Poetin op te nemen. Ze zijn vergiftigd of in koelen bloede geliquideerd, vaak zodat het op een ongeluk lijkt. ‘Het was een daad van Russisch staatsterrorisme.’

Dat het bekritiseren van de Russische president Vladimir Poetin en zijn metgezellen niet zonder gevaar is, lijkt duidelijk. Verzet tegen het Kremlin en Poetin staat gelijk aan fysieke intimidatie of erger. Om de directe betrokkenheid van de president bij dergelijke kwesties te veronderstellen, of om hem als moordenaar te bestempelen, is echter te gemakkelijk. Poetin is geen bloeddorstig monster. Geen nieuwe Stalin. Maar hij gaat ook zeker niet vrijuit.

Inderdaad, Poetin heeft de schijn tegen en de feiten voeden vermoedens over persoonlijke betrokkenheid. Zeker in de gevallen van onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja en de liberale oppositieleider Boris Nemtsov lijkt hij geen schone handen te hebben. Toch is er nooit bewezen dat Poetin ook daadwerkelijk betrokken was bij een van de moorden of aanslagen op personen die hem bekritiseerden. Nu is dat in een autoritaire staat als Rusland vanzelfsprekend moeilijker te bewijzen dan in de gemiddelde vrije democratie, vanwege de vervaging en in sommige gevallen versmelting van de juridische en uitvoerende macht. Maar toch, onschuldig tot het tegendeel bewezen is, geldt voor iedereen. Ook voor autoritaire leiders.

Carte blanche
Het volhouden van het argument dat Poetin een moordenaar is, wordt pas echt moeilijk als er iets verder wordt gekeken dan de naakte feiten alleen. Beschuldigingen dat Poetin achter de moord op Politkovskaja en Nemtsov zat, zijn wankel. De werkelijkheid is namelijk iets ingewikkelder dan vaak wordt voorgesteld. Zowel in het geval van Politkovskaja als Nemtsov zijn er zeer veel aanwijzingen die richting Ramzan Kadyrov als opdrachtgever van de liquidaties wijzen; de veroordeelde moordenaars hadden banden met de Tsjetsjeense leider.

Kadyrov kreeg vanaf het moment van zijn aantreden als president van de deelrepubliek in de Kaukasus in 2007 carte blanche van Poetin voor zijn bewind. Op één voorwaarde: hij diende de ongeregeldheden in Tsjetsjenië van de bijna 15 jaar daarvoor de kop in te drukken en potentiële terroristen die aanslagen in Russische steden wilden plegen, tegen te houden. Ongeacht de manier waarop. Die afspraak staat nog steeds en Poetin is er inmiddels door gegijzeld. Hij heeft Kadyrov nog altijd nodig om de tumultueuze regio in toom te houden, en tegelijkertijd ziet hij de Tsjetsjeense leider steeds meer een staat-in-een-staat stichten. Een anarchistische republiek binnen Rusland waar clans en bendes gelieerd aan Kadyrov steeds meer de dienst beginnen uit te maken. Dat Poetin Kadyrov zelf heeft aangesteld, maakt hem medeverantwoordelijk voor de dood van Politkovskaja en Nemtsov. Tegelijkertijd pleit het hem deels vrij.

Wetteloos systeem
De reden voor het grote aantal dubieuze moorden onder Poetins bewind is eerder te zoeken in de cultuur van straffeloos politiek geweld in Rusland. Het wetteloze systeem dat in Rusland bestaat, en dat dit soort politiek getinte moorden grotendeels ongestraft laat, is onder Poetin gegroeid. Hij heeft het groot gemaakt, maar hij heeft het zeker niet eigenhandig gebaard. Het klimaat van intimidatie is toegenomen onder de invloed van lokale krijgsheren als Kadyrov en figuren uit de onderwereld. Dat is echter niets nieuws. Net zomin als dat de vele mishandelingen door politie en leger niets nieuws onder de Russische zon zijn.

Het zaadje voor het rotte systeem was reeds geplant onder Poetins voorganger, Boris Jeltsin en ver daarvoor. Ook toen overleden er journalisten en opposanten van de regering onder verdachte omstandigheden. Dat pleit Poetin opnieuw niet vrij, maar het maakt hem nog geen moordenaar. In alle hier genoemde gevallen is de directe betrokkenheid van Poetin niet zo simpel als het lijkt. Om die te suggereren of om hem als moordenaar te betitelen neigt naar cynisme.

Aan de andere kant valt ook niet met droge ogen te beweren dat er niets aan de hand is. Waar rook is, is vuur. Het systeem waar Poetin leiding aan geeft is een moordenaar, maar in hoeverre hem dat zelf een moordenaar maakt?

MOORD OP BESTELLING

SERGEJ JOESJENKOV: † 17-04-2003
Als parlementslid zetelde de liberale politicus Sergej Joesjenkov in de commissie- Kovalev; een onafhankelijke commissie die onderzoek deed naar de aanslagen op een aantal appartementencomplexen in Moskou, Boejnaksk en Volgodonsk in 1999, waarbij 293 mensen omkwamen. De aanslagen werden op het conto van Tsjetsjeense separatisten geschreven en vormden de directe aanleiding voor het begin van de Tweede Tsjetsjeense Oorlog. De commissie richtte zich met name op de vraag of de Russische overheid en de inlichtingendienst FSB achter de aanslagen zaten om een mandaat te kunnen creëren voor een nieuwe oorlog in Tsjetsjenië. Diezelfde betrokkenheid van de autoriteiten onderzocht Joesjenkov ook bij de gijzeling in het Doebrovka-theater in 2002 (168 doden).

In april 2003 werd Joesjenkov doodgeschoten bij de ingang van zijn appartement in Moskou, vlak nadat hij zijn partij Liberaal Rusland had ingeschreven voor de aanstaande parlementsverkiezingen. Vier personen werden veroordeeld, maar de bewijslast rammelde aan alle kanten.

JOERI SJTSJEKOTSJICHIN: † 03-07-2003
Onderzoeksjournalist Joeri Sjtsjekotsjichin was net als politicus Sergej Joesjenkov lid van de commissie-Kovalev. Voor de krant Novaja Gazeta schreef hij voornamelijk over corruptie, georganiseerde misdaad, mensenrechten en misstanden in Tsjetsjenië. Twee weken voor zijn dood belandde hij met merkwaardige symptomen in het ziekenhuis. Een week later lag hij in coma, viel zijn haar uit en schilferde zijn huid helemaal af. Na een ziekbed van twee weken was Sjtsjekotsjichin dood.

Volgens de officiële lezing was er sprake van een extreme allergische reactie. Zijn familie en collega’s vermoedden echter een vergiftiging met thallium. Vlak voor zijn dood was Sjtsjekotsjichin bezig met een onderzoek naar de vermeende enscenering van de gijzeling in het Doebrovka-theater. Volgens collega’s stond hij op het punt daarover belastend materiaal naar buiten te brengen dat aantoonde dat de regering bij het drama betrokken was.

PAUL KLEBNIKOV: † 09-07-2004
Paul Klebnikov was de hoofdredacteur van de Russische tak van het Amerikaanse zakenblad Forbes. Hij schreef veel over de handel in het nieuwe Rusland en beroerde daarbij vaak onderwerpen omtrent corruptie en de georganiseerde misdaad. Ook over witwaspraktijken bij de regering met geld dat bestemd was voor de wederopbouw van Tsjetsjenië publiceerde hij enkele stukken.

In juli 2004 werd hij tijdens een drive-by shooting in Moskou geliquideerd. Toen de ambulance pas een uur later arriveerde, was Klebnikov al dood. Drie mannen werden veroordeeld en ook weer vrijgesproken. Een proces bij het hooggerechtshof, dat aanvankelijk in de planning stond, vond nooit doorgang.

ANNA POLITKOVSKAJA: † 07-10-2006
Een van de geruchtmakendste moorden in Rusland van de afgelopen jaren is die op onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja. Politkovskaja ontwikkelde zich door de jaren heen als het gezicht van de binnenlandse critici van Poetin. Ze sprak zich fel uit tegen de oorlog in Tsjetsjenië, waar ze jaren als correspondent werkte voor de Novaja Gazeta en rapporteerde over de mensenrechtenschendingen van het Russische leger aldaar. In haar boek Poetins Rusland omschreef ze hoe het land onder de huidige president in een politiestaat veranderde. Daarnaast was Politkovskaja betrokken bij het onderzoek naar de gebeurtenissen in het Doebrovka-theater in 2002. Toen ze in september 2004 onderweg was naar Beslan, waar zich op dat moment een nieuw gijzelingsdrama in een school voltrok en waarbij uiteindelijk 334 mensen omkwamen, moest ze haar reis staken nadat ze in het vliegtuig vergiftigde thee had gedronken. In de jaren daarvoor en daarna werd ze meermalen publiekelijk bedreigd en was ze verwikkeld in een openlijk conflict met Poetins vazal in Tsjetsjenië: Ramzan Kadyrov.

Politkovskaja werd doodgeschoten in de lift van haar appartement in Moskou. In 2015 werden er vijf Tsjetsjenen voor de moord veroordeeld. De opdrachtgever werd nooit gevonden. Speculaties over de betrokkenheid van Kadyrov en de link met Poetin vonden veel bijval. Saillant detail is dat Politkovskaja op Poetins verjaardag het leven liet.

ALEKSANDR LITVINENKO: † 23-11-2006
De voormalig inlichtingenofficier Aleksandr Litvinenko verzette zich tegen zo’n beetje alle overheidsinstanties in het nieuwe Rusland, inclusief zijn oude werkgever: de FSB. In 1998 verklaarde hij met enkele collega’s dat ze onwettige opdrachten hadden gekregen, waaronder enkele moordaanslagen. In de nasleep van de beschuldigingen werd hij meermalen gearresteerd en vluchtte hij uiteindelijk naar Engeland.

Vanuit Engeland ging Litvinenko hartstochtelijk door met zijn strijd tegen de Russische autoriteiten en ontwikkelde daarbij een tegen obsessie aan schurkende fascinatie voor de president. Hij was er heilig van overtuigd dat Poetin achter de moord van Anna Politkovskaja zat.

In november 2006 overleed Litvinenko na een ziekbed van drie weken. De oorzaak van zijn ziekte was een vergiftiging met de radioactieve stof polonium-210. Brits onderzoek wees twee FSB-agenten aan als de daders. Ze hadden het gif tijdens een ontmoeting met Litvinenko in zijn drankje gedaan. Het officiële onderzoek stelde dat de moord ‘vermoedelijk met goedkeuring van Poetin’ heeft plaatsgevonden. Rusland weigert tot op heden de twee verdachten uit te leveren.

STANISLAV MARKELOV & ANASTASIA BABUROVA: † 19-01-2009
Stanislav Markelov was een advocaat die mensen bijstond in zaken tegen de Russische autoriteiten. Hij verdedigde voornamelijk activisten, journalisten en Tsjetsjenen die met het leger in een juridische strijd verwikkeld waren naar aanleiding van mensenrechtenschendingen. Daarnaast trad hij op als advocaat van onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja en stond hij enkele slachtoffers van het gijzelingsdrama in het Moskouse Doebrovka-theater bij.

In januari 2009 werd Markelov in Moskou doodgeschoten door twee gemaskerde mannen, nadat hij een persconferentie verliet. Naast hem liep Anastasia Baburova, een stagiaire bij de krant Novaya Gazeta.

Toen ze hem te hulp schoot, werd ook zij doodgeschoten. Kort voor de moord had Markelov verklaard dat hij in beroep ging tegen de vervroegde vrijlating van een Russische legerleider, Joeri Boedanov. De kolonel zat vast wegens de verkrachting en de moord op een 18-jarig Tsjetsjeens meisje die hij door zijn manschappen had laten begraven. Twee neonazi’s werden voor de moord op Markelov en Baburova veroordeeld.

NATALIA ESTEMIROVA: † 15-07-2009
Toen Natalia Estemirova op een zomerdag in 2009 haar appartement in het centrum van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny verliet, werd ze ontvoerd. Nog dezelfde dag werd ze dood teruggevonden in een bos in de buurrepubliek Ingoesjetië. Ze was door het hoofd geschoten. Estemirova was journaliste en activiste bij mensenrechtenorganisatie Memorial en werkte onder andere samen met Anna Politkovskaja. Ze was fel gekant tegen het Russische leger en de Tsjetsjeense overheid, die ze beschuldigde van ontvoering en marteling van burgers en activisten. De daders bleven spoorloos.

SERGEJ MAGNITSKI: † 16-11-2009
Als advocaat van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Hermitage Capital Management, was Sergej Magnitski een van de juristen die het bedrijf bijstond in een fraudezaak tegen de Russische staat. In de loop van de rechtsgang bracht Magnitski een corruptieschandaal bij de Russische overheid aan het licht; hooggeplaatste ambtenaren zouden volgens hem voor in totaal 230 miljoen dollar aan belastingteruggaven aan zichzelf hebben uitgekeerd.

Op 24 november 2008 werd Magnitski gearresteerd in verband met vermeende belastingontduiking. In de verslagen die hij in zijn cel schreef, beschrijft hij de erbarmelijke omstandigheden van zijn gevangenschap. Hij sliep in overvolle cellen waar de temperatuur rond het vriespunt lag en rioolwater de ruimte vulde door een defecte wc. Voedsel werd hem regelmatig ontzegd en toen hij om medische hulp vroeg, werd die geweigerd. Door deze omstandigheden en de folteringen waar hij aan blootgesteld werd, werd Magnitski ernstig ziek. In november 2009 overleed hij; de officiële doodsoorzaak was een hartstilstand.

Dat Magnitski’s zaak tegen de overheid zwaarbeladen was, bewijzen drie potentiële getuigen, die tussen oktober 2007 en september 2008 de dood vonden door respectievelijk een hartstilstand, leverfalen en een onfortuinlijke val van een balkon.

ALEKSANDR PEREPILICHNI: † 10-11-2012
Een vierde slachtoffer die betrokken was bij de Magnitski-zaak was Aleksandr Perepilichni. De Russische zakenman die al sinds 2009 in het Verenigd Koninkrijk woonde, hielp de Zwitserse autoriteiten bij een onderzoek naar de betrokkenheid van enkele Russen bij de fraudezaak. Zijn medewerking ging gepaard met de nodige kritiek aan het adres van de Russische autoriteiten.

In november 2012 stortte Perepilichni in elkaar toen hij aan het hardlopen was vlak bij zijn huis in Weybridge, Engeland. Niet veel later was hij dood. Aanvankelijk was zijn dood een mysterie, tot een botanist in 2015 aantoonde dat er sporen van gelsemium in zijn maag zaten; een zeldzame giftige plant uit de Himalaya die op het centrale zenuwstelsel inwerkt.

BORIS BEREZOVSKI: † 23-03-2013
Boris Berezovski was onder president Boris Jeltsin in de jaren 90 een van de machtigste Russische oligarchen met een enorme politieke invloed. Ten tijde van de troonswisseling in het Kremlin hielp hij Poetin in het zadel door grote geldbedragen in zijn campagne te pompen. Niet heel veel later ontketende Poetin echter een heksenjacht op de oligarchen die in zijn ogen te veel macht hadden verzameld. De romance tussen beide heren sloeg dood.

Berezovski ontpopte zich vervolgens als een van de voornaamste critici van de president, waarbij hij hem onder meer constant aanviel op zijn Tsjetsjenië-beleid. Poetin sloeg terug door een juridische aanval te openen op het zakenimperium van Berezovski. Onder de dreiging van een aanhoudingsbevel vluchtte Berezovski in 2000 naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij zijn strijd voortzette samen met enkele andere dissidenten, waaronder Aleksandr Litvinenko.

In 2013 werd Berezovski dood aangetroffen in zijn huis in Ascot. Volgens de officiële lezing ging het om zelfmoord: Berezovski had zichzelf opgehangen. De theorie dat het om een geënsceneerde moord ging, vond echter vanuit verschillende hoeken weerklank.

ALEXEJ DEVOTCHENKO: † 05-11-2014
De acteur Alexej Devotchenko werd in november 2014 in zijn huis in Moskou aangetroffen in een plas bloed. In de jaren voor zijn dood groeide hij uit tot een fel criticus van Poetin. Hij kwam onder meer op voor de rechten van LHBT’s in Rusland en verzette zich tegen de annexatie van de Krim en de Russische steun van de separatisten in Oost-Oekraïne. In 2011 weigerde hij twee acteerprijzen van de staat omdat hij naar eigen zeggen niet geassocieerd wilde worden met het regime en diens leider.

Toen hij dood werd aangetroffen, gingen verschillende verhalen over de doodsoorzaak de rondte. Naar verluidt had hij zich in een dronken bui gesneden aan een stuk glas en was hij aan de gevolgen overleden. Door zijn felle strijd tegen het Kremlin werd er van verschillende kanten echter gesuggereerd dat er opzet in het spel was.

BORIS NEMTSOV: † 27-02-2015
Een van de recentere spraakmakende moorden in Rusland was die op de liberaal Boris Nemtsov. De hervormingsgezinde oppositieleider was de aanjager van de massale protesten tegen het regime in 2011, als reactie op de vermeend frauduleuze parlementsverkiezingen. Nemtsov, die in de jaren 90 onder Jeltsin nog vicepremier was, voerde bovendien actief campagne tegen Poetin, die hij een pathologische leugenaar noemde.

Toen Nemtsov op 27 februari 2015 huiswaarts keerde na een restaurantbezoek, werd hij op de Bolshoy Moskvoretskiybrug vier keer in zijn rug geschoten. De plaats delict kijkt uit op het Kremlin en het Rode Plein. De Oekraïense president Petro Porosjenko beweerde in de nasleep van de zaak dat Nemtsov informatie bezat over de Russische betrokkenheid in het conflict in Oost-Oekraïne. Poetin kondigde aan persoonlijk de leiding te nemen in het moordonderzoek. Dit jaar werden vijf Tsjetsjenen voorgeleid. De link met Poetins Tsjetsjeense krijgsheer Ramzan Kadyrov en daarmee de mogelijke betrokkenheid van Poetin zelf galmt nog altijd na.

MIKHAIL LESIN: † 05-11-2015
Mikhail Lesin behoorde lange tijd tot Poetins inner circle. Hij diende onder de huidige Russische president als minister en media-adviseur. In die rol ontpopte hij zich tot het brein achter de ontmanteling van de onafhankelijke Russische media. Dit verschafte hem de bedenkelijke bijnaam De Bulldozer. Lesin was eveneens de architect van Russia Today, het wereldwijde Kremlingezinde televisienetwerk.

In 2014 keerde het tij voor Lesin. Zijn vertrek bij de mediatak van staatsgasbedrijf Gazprom kwam als een donderslag bij heldere hemel. Hoewel hij zelf ontslag nam, deden geruchten de ronde dat er meer achter zijn plotse vertrek schuilde. Niet veel later vertrok hij naar de VS. Daar, in Washington, werd Lesin een jaar later dood aangetroffen op zijn hotelkamer. Aanvankelijk zinspeelden Russische media op een hartaanval. Amerikaans onderzoek wees echter uit dat het om hoofd- en nekletsel ging. Dat hij stomdronken was staat vast, of het een ongeluk was niet.

OLEG EROVINKIN: † 26-12-2016
Op Tweede Kerstdag werd voormalig generaal van de inlichtingendiensten Oleg Erovinkin levenloos aangetroffen op de achterbank van zijn eigen auto. De officiële doodsoorzaak van de autoriteiten was een hartaanval, maar de geruchtenmachine kwam al vrij snel op gang. Erovinkin zou namelijk informatie hebben doorgespeeld aan Christopher Steele, de voormalige MI6spion die een rapport publiceerde over de vermeende banden van de Amerikaanse president Donald Trump met Rusland. Erovinkin zou informatie met Steele hebben gedeeld over de Russische inmenging bij de Amerikaanse verkiezingen waardoor vermoedens over een politieke moord van een motief werden voorzien.

DENIS VORONENKOV: † 23-03-2017
De meest recente moord op een onwelgevallige van het Kremlin was die op Denis Voronenkov. Het voormalig parlementslid van de communistische partij van Rusland vluchtte in oktober 2016 met zijn vrouw naar Oekraïne, nadat hem in Rusland juridische vervolging boven het hoofd hing in een grootschalig corruptieonderzoek. Niet veel later ontving hij het Oekraïense staatsburgerschap in ruil voor een verklaring tegen de Oekraïense oud-president Viktor Janoekovytsj die in eigen land terechtstaat voor verraad, nadat hij in 2014 om Russische militaire steun zou hebben gevraagd bij de protesten in Kiev tegen zijn regering. In de ochtend van 23 maart werd Voronenkov in Kiev doodgeschoten. Zijn verklaring tegen Janoekovytsj had hij al eerder afgelegd. De Oekraïense president Porosjenko noemde de moord ‘een daad van Russisch staatsterrorisme.’