Dit artikel verscheen oorspronkelijk hier op de website van Small Stream Media

De wijk La Mina in Barcelona staat bekend als de meest problematische wijk van Catalonië. De buurt kent enorme sociaaleconomische problemen en wordt geregeerd door verschillende gipsy bendes die eveneens een groot gedeelte van de drugshandel in de Spaanse deelregio in handen hebben. Buurtbewoner Josep Maria Monferrer: “Het was en is een minimaatschappij binnen de normale maatschappij. Een urbaan eiland.”

Op de hoek van de Carrer de Venus en de Carrer de Ponent staat een rode terrastafel van het biermerk Cruzcampo. Eromheen zitten vijf mannen in plastic tuinstoelen backgammon te spelen, ze praten luid en spugen aan de lopende band de schillen van de zonnebloempitten uit waarop ze aan het kauwen zijn. Op tafel staan blikken bier en allemaal praten ze constant door elkaar heen. Ze zitten vlak voor het beruchte Venus gebouw in de Barcelonese wijk La Mina, een buurt die al sinds de jaren zeventig geldt als de meest problematische wijk van Catalonië en die sinds de jaren tachtig wordt geregeerd door gipsy bendes.

Huizenblokken van tussen de vijf en twaalf verdiepingen doemen in de verte op zodra je de metro bij Besòs Mar uitloopt. Het pleisterwerk op de gebouwen barst overal open en de rolluiken voor de ramen zijn potdicht. Het doet denken aan de buitenwijken van een willekeurige stad in de Sovjet-Unie. Wie de wijk inloopt krijgt het idee dat hij een stedelijke jungle betreedt. De straten zijn bezaaid met afval. Containers voor huisvuil worden opengehouden met houten balken, de pedalen om ze te openen werken niet meer. De gemeentelijke opruimdienst komt hier nauwelijks. Op de Carrer de Mart loopt een kromgetrokken mannetje met een stapel gebrande cd’s, inclusief korrelig geprinte hoesjes. Hij verkoopt ze voor twee euro per stuk. De speelplaats iets verderop is vrijwel leeg. Er staat alleen nog een wipkip. Waar ooit de andere toestellen stonden zitten nu gaten tussen de rubbertegels.

Sloppenwijken en La Mina
De problemen in La Mina zijn niet nieuw. Al sinds haar ontstaan in 1969 is de wijk een probleemwijk. La Mina werd aangelegd met de bedoeling om de razendsnelle sloppenvorming aan de randen van Barcelona tegen te gaan. Door de immense immigratie van mensen uit met name het onderontwikkelde zuiden van Spanje, waren er meer dan honderd verschillende sloppenwijken ontstaan rondom de stad. Om dit een halt toe te roepen, kocht de gemeente Barcelona in 1968 een stuk grond van de noordelijker gelegen gemeente Sant Adrià de Besòs waar een jaar later werd begonnen met de bouw van een wijk met sociale huurwoningen: La Mina. De bedoeling was om de sloppenvorming in de perifere gebieden van de stad te stoppen en in plaats daarvan de bewoners op één punt in de stad te centraliseren, alles op één hoop te gooien. Zodoende werden er twintig blokken uit de grond getrokken en kreeg de bevolking van de sloppenwijken de kans aangeboden om te verhuizen.

In 1970 trokken de eerste families La Mina in en vijf jaar later woonden al meer dan 15.000 mensen in de wijk, verdeeld over 2.721 woningen op een oppervlakte van 72 hectare. Het duurde niet lang voordat La Mina een slechte naam kreeg. Door de grote bevolkingsdichtheid en de marginale sociaaleconomische situatie van de bevolkingsgroepen die in de wijk kwamen wonen, ontstond er spanning. Al snel werd gefluisterd dat La Mina een losbandige en gevaarlijke wijk was.

De stedenbouwkundige opzet van de wijk werkte de problemen in de hand. Deze creëerde de ideale omstandigheden voor illegaliteit en sociale uitsluiting. De ingesloten straten met hoge huizenblokken en het enorme aantal gestapelde woningen vormen een stedelijke vesting waar de rest van de wereld op afstand wordt gehouden. Tot op de dag van vandaag gaan bij sommige gebouwen meer dan tachtig gezinnen door dezelfde voordeur.

Met het overlijden van Generaal Franco in 1975, was de valse start compleet. Terwijl de heersende elite haar eigen hachje probeerde te redden tijdens de politieke transitie van het land, liet de gemeente Barcelona La Mina links leggen. De aanleg van sociale voorzieningen bleef vrijwel geheel achterwege. “Grote aantallen kinderen waren ondervoed, er was een tekort aan dokters bij het lokale medisch centrum, de straten werden niet schoongemaakt en de politie haalde het niet in zijn hoofd om hier te komen”, vertelt Josep Maria Monferrer. Hij is beheerder van het historisch archief van La Mina en buurtbewoner. Hij zit aan een tafel in het historisch archief vlakbij de Carrer de Venus. Aan de muur hangen oude zwart-wit foto’s van La Mina, op de ruit aan de voorkant prijkt de tekst Lluitem per la nostra dignitat (Catalaans voor ‘we strijden voor onze waardigheid’). “La Mina raakte vanaf het begin compleet geïsoleerd. Het was en is een minimaatschappij binnen de normale maatschappij. Een urbaan eiland.”

Drugshandel
Het isolement en de marginalisatie van de wijk bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en negentig. Bij gebrek aan publieke diensten namen verschillende zigeunerfamilies het heft in eigen hand. Ze organiseerden ‘collectieven’ die zelf sociale voorzieningen uitvoerden. “Bepaalde families zetten schoonmaak- en vuilnisdiensten op en verwierven daarmee macht in de buurt. Later gingen ze zich ook bezighouden met de veiligheid op straat en in de woonblokken. De politie vertrouwde de handhaving en controles op veiligheid toe aan bepaalde families. Vaak tegen betaling”, vertelt Monferrer. Dit leidde tot de geboorte van enkele maffia-achtige gipsy clans die feitelijk de openbare ruimte controleerden. “Vanuit hier was het nog maar een kleine stap naar grotere clandestiene praktijken. Met name drugshandel.”

“Drugs zijn hier altijd een probleem geweest”, vertelt Juan Luís García, directeur van het burgercentrum van La Mina. “In de jaren tachtig en negentig was er een zware heroïne epidemie in Spanje die zich manifesteerde rondom de zigeuner minderheden, zowel qua handel als qua gebruik. La Mina is daar helaas een schrijnend voorbeeld van.” Vandaag de dag is het gebruik onder de lokale bevolking afgenomen, maar de wijk blijft onverminderd het middelpunt van de Catalaanse drugsmarkt volgens Monferrer: “De Carrer de Venus is het grootste drugscentrum van heel Catalonië.” Naar het schijnt is het in La Mina zelfs mogelijk om drugs te kopen met gestolen goederen in plaats van geld, een soort ruilhandel. Als hij de foto van de lege speeltuin onder ogen krijgt, lacht Monferrer enigszins machteloos: “Die speelplaats is binnen een week kaalgeplukt, toen hebben ze het maar gelaten voor wat het was.”

Tegenwoordig is er een narcosala in de wijk. Dat is een plek waar verslaafden steriele naalden kunnen krijgen en veilig kunnen spuiten. Desalniettemin zoeken veel verslaafden hun heil ergens anders. In het nabijgelegen Parc del Besòs werden deze zomer gemiddeld 500 gebruikte naalden per maand gevonden door de gemeentelijke opruimdiensten. “Ik zie dagelijks de gebruikers hier voor het burgercentrum langslopen”, vertelt García. “Ze komen van de narcosala, wassen zich bij de fontein en lopen vervolgens door naar het spoor of naar het park om zich in de bosjes te injecteren. Op klaarlichte dag”, hij leunt achterover in zijn stoel en vervolgt. “Vooral mensen uit Oost-Europa komen hier in de wijk harddrugs scoren. De bewoners van La Mina zijn meer van de hasjiesj. De tijden van heroïneverslaving onder buurtbewoners is voorbij.” Het is een heel verschil met vroeger vertelt Monferrer: “Ik heb in mijn tijd als leraar hier in de wijk dertig leerlingen verloren aan drugs. Sommigen door een overdosis, anderen aan de gevolgen van AIDS. Dat doet iets met je als onderwijzer.”

Vendetta
Sinds de opkomst van de drugshandel in La Mina zijn er een paar zigeunerfamilies die de economische activiteit in de wijk grotendeels controleren en met elkaar in een continue vendetta verwikkeld zijn. Hun familienamen doen denken aan een film over drugskartels die elkaar in Zuid-Amerika naar het leven staan: Los Baltesares, Los Pelúos, Los Zorros en Los Manolos. Een klein rondje door La Mina laat meteen duidelijk zien welke bende in welk deelgebied de baas is. Op alle gebouwen staat met graffiti geschreven wie er de dienst uitmaakt. Op een complex in aanbouw hangt zelfs een bordje met de tekst ‘Control Los Manolos’. Zij overzien de nieuwbouw en beveiliging op de bouwplaats.

Op 23 januari van dit jaar bereikte de onderlinge rivaliteit een nieuw dieptepunt. In de Port Olímpic, het chique uitgaansgebied van Barcelona aan het strand waar de luxueuze zeilschepen afmeren, werd een lid van Los Baltesares door een groep van acht mannen vermoord in uitgaansgelegenheid Nirvana. Hij werd neergestoken met een kapotgeslagen fles. In een interview met de Spaanse krant El Periódico, verklaart de moeder van het slachtoffer dat ze hoopt “dat justitie de dader eerder pakt dan dat wij hem pakken, want als wij hem pakken krijgt hij de doodstraf.” De haat en wraaklust is onmiskenbaar: “als zijn familie slim genoeg is, pakken ze hun biezen en vertrekken ze uit Catalonië, want als we één van hen te pakken krijgen, dan wordt het een afslachting. We vernietigen hem.”

De gipsy wet schrijft inderdaad voor dat ‘een dode met een dode’ moet worden gewroken, daarom ontvluchtten honderden mensen La Mina uit angst voor represailles. Zo kwam het dat het anders zo levendige La Mina eind januari compleet verlaten was. “De spanning was om te snijden, er was niemand meer op straat. Daar waar normaal overal mensen zijn en kinderen spelen, was het nu desolaat. Het was oorverdovend stil”, herinnert García zich. De angst bleek terecht, nog dezelfde nacht van het incident trachtten enkele leden van de Baltesares de woningen van de daders in het Venusgebouw plat te branden, maar de bewoners waren al gevlogen. Nu, bijna een jaar later zijn de meest directe familieleden van de daders, onderdeel van de Pelúos en de Zorros, nog steeds niet teruggekeerd.

Veel woningen staan mede door deze constante dreiging leeg. In sommige zijn wietplantages of dealcentra aangelegd, andere staan te koop. Op Idealista, het Spaanse Funda, stond op het moment van schrijven een woning te koop van 62 vierkante meter op de Carrer de Venus. Vraagprijs 47.000 euro.

Grimmig en Charmant
Alhoewel de rust momenteel lijkt wedergekeerd in La Mina, zijn de problemen groot: de werkloosheid in de wijk ligt rond de 35 procent, de bevolkingsdichtheid is met 4,7 personen per woning zeer hoog, een groot gedeelte van de wijk leeft in armoede, schooluitval is er gigantisch (48 procent onder basisschoolleerlingen en 60 procent onder middelbare scholieren). Bovendien is er sprake van serieuze segregatie tussen verschillende bevolkingsgroepen. “Het probleem in La Mina is het gebrek aan kansen en toekomstperspectief. Alle investeringen die ooit van hogerop zijn gedaan, werden niet of maar half uitgevoerd”, meent Monferrer. “Jongeren blijven binnen de uitzichtloze situatie van de wijk leven. Mede daardoor is er geen naar-school-gaan-mentaliteit. Ze worden gelokt door het snelle geld. Waarom zou je naar school gaan als je door te dealen een goed bestaan kunt hebben?”, zegt hij ietwat geagiteerd.

Wat inderdaad opvalt in La Mina is dat er tussen alle vervallen gebouwen vrij veel topklasse auto’s geparkeerd staan. “De mensen die de economie van de wijk beheersen, creëren economische mogelijkheden voor kleinere criminelen in de buurt. Daardoor zijn er zo veel dure auto’s in La Mina. De jochies van de straat worden wel door de politie aangepakt, maar het probleem is dat die grote jongens niet meer in de wijk wonen. Die zitten ergens in een villa aan de Costa Brava en worden met rust gelaten. Zo wordt het werkelijke probleem nooit aangepakt en blijft de vicieuze cirkel bestaan waar we hier al ruim dertig jaar in gevangen zitten”, vertelt Monferrer.

Toch is er hoop voor La Mina. “Er zijn steeds meer sociale projecten die de wijk langzaam maar zeker de goede kant opduwen en het normale leven komt langzaam weer op gang sinds de gebeurtenissen van januari”, zegt García. De mensen lopen inderdaad ogenschijnlijk ontspannen over straat. De sfeer is gemoedelijk, al dan niet met een rafelig randje. In de kleinere straatjes blijft de neiging groot om de pas te versnellen, maar bedreigend wordt het nooit. Op de hoek van de straat waar even daarvoor mannen backgammon speelden, dansen nu een paar vrouwen op muziek die nog het meest in de buurt komt van flamenco. Ze zijn gezet, de muziek kinkt uit een gettoblaster. Ze roepen mensen na “Hé knapperd, kom je niet even met ons dansen? Mama kent wel een paar trucjes”. Ze schaterlachen. De kreten weerkaatsen tussen de hoge flatgebouwen en vervagen dan langzaam. Iets verderop heeft een kind met stoepkrijt een pistool op de tegels getekend. Het is La Mina in een notendop, grimmig en charmant tegelijk.