Sinds januari verblijft de Venezolaans journaliste Beatriz Adrián in ballingschap in Nederland. Hoe kijkt zij aan tegen de situatie in haar land?

Enigszins aangeslagen loopt Beatriz Adrián (45) het Nutshuis aan de Riviervismarkt in Den Haag binnen. Haar blik is ongerust. “Ik heb zojuist gehoord dat een vriend en collega van mij gisteren is opgepakt door de inlichtingendienst”, vertelt de Venezolaanse journaliste. “Er is al uren niets van hem vernomen en de overheid houdt de kaken stijf op elkaar.”

Het is het lot van veel journalisten in Venezuela. De afgelopen tijd heeft de regering-Maduro de jacht op de vrije pers opgeschaald. Bedreigingen, arrestaties en martelingen van onafhankelijke journalisten zijn aan de orde van de dag.

Adrián is al ruim twintig jaar werkzaam als journalist in Venezuela. “Sinds het aantreden van Hugo Chávez”, grijnst ze. In haar werk schuwt ze controversiële onderwerpen als corruptie en mensenrechtenschendingen niet. Op Twitter noemt ze zichzelf daarom naast journalist ook sociaal ondernemer. “Ik strijd tegen elke vorm van onrechtvaardigheid in Venezuela door die aan de kaak te stellen.” En die strijd blijft niet onopgemerkt. Op Twitter heeft Adrián ruim 300.000 volgers.

Tot een aantal jaar geleden werkte Adrián voor de Venezolaanse tv-zender Globovisión. Toen het kanaal in handen kwam van een aan de regering gelieerde zakenman, stapte ze over naar het Colombiaanse Caracol Televisión, waar ze aan de slag ging als correspondent in Venezuela. “Werken voor Venezolaanse media is ontzettend lastig, vrijwel alles wordt gecensureerd of staat direct of indirect onder controle van de regering”, vertelt Adrián. “Verslaggevers van buitenlandse media werden tot voor kort relatief met rust gelaten.”

Lees hier verder op de website van Trouw