Luuk
Portret: Eva Broekema
Fotografie: Wakuli Market

KOFFIE PASSEERT VAAK TOT WEL VEERTIEN TUSSENPERSONEN VOORDAT HET VAN DE HANDEN VAN DE BOER IN HET KOPJE OP DE ONTBIJTTAFEL BELANDT. DE PRODUCTIEKETEN VAN EEN BAKKIE TROOST IS TE LANG EN TE INEFFICIËNT, MET ALS GEVOLG DAT DE BOER AAN HET BEGIN VAN DE CYCLUS VRIJWEL GEEN GELD AAN ZIJN PRODUCT OVERHOUDT.

Dat moet anders volgens Luuk Grosfeld. Daarom richtte Luuk in juni 2017 Wakuli Market op, waarmee hij de koffiewereld wil veranderen. Of althans de manier waarop koffie wordt verhandeld. Want, zo meent Luuk, de koffiebusiness is achterhaald en leunt op een ouderwets handelsmechanisme met tussenpersonen met te veel macht en die te veel verdienen.

Wat is de filosofie achter Wakuli Market?
“Wij willen een directe afzetmarkt bieden voor kleinschalige boeren. Een platform waarop kleine boeren overal ter wereld hun koffie direct aan consumenten of winkels kunnen verkopen, zonder de tussenkomst van allerlei tussenpersonen. Zodat de boeren een betere prijs voor hun koffie krijgen. Dat ideaal is het vertrekpunt van Wakuli.”

Hoe is dat idee ontstaan?
“Een vriend van mij werkte een tijdje bij een koffiecoöperatie in Tanzania en vertelde me hoeveel moeite hij had om een afzetmarkt te vinden voor hun koffie. Er waren te veel systematische tegenkrachten waardoor hij er niet tussenkwam op de markt. Dat vond ik vreemd. Dat moet toch anders kunnen.”

Koffie

Je dacht, ik ga de wereld redden?
“Ja, ik was heel naïef in het begin. Ik dacht letterlijk: ik ga daarheen, ik praat met die boeren en ik stuur koffie met UPS op naar kopers. Na heel veel uitproberen, snapte ik dat het zo simpel niet werkt. Maar het idee is nooit veranderd, namelijk koffie van boeren direct naar consumenten opsturen.”

Wat is er mis met tussenpersonen?
“Ze zijn niet meer van deze tijd. Het handelsmodel in de koffiebusiness is heel ouderwets. Het is altijd zo geweest dat er tussen een producent en een afnemer meerdere agenten zitten. Niet alleen transporteurs of branders, maar ook mensen, die voornamelijk handelen in informatie-asymmetrie. Die laatsten zijn compleet overbodig.”

Informatie-asymmetrie?
“Dat houdt in dat iemand weet waar hij iets duur kan verkopen en waar hij het goedkoop kan halen. Hoe beter iemand is, hoe goedkopere plekken hij vindt en hoe duurder hij kan verkopen. Als die persoon te veel macht krijgt, gaat dat ten koste van de boer.”

Want zo iemand wil alleen zijn eigen zakken vullen?
“Ja. Hij heeft geen motief om de boer meer geld te geven of om in een boer te investeren. Het liefst betrekt hij de boeren nergens bij en houdt hij ze weg bij het hele proces.”

En jullie willen jezelf niet simpelweg rijker maken?
“Elk bedrijf moet proberen geld te verdienen, anders kun je niet groeien, geen mensen aannemen, je doel niet bereiken. Dus uiteraard hebben we geld nodig, maar ons doel is niet om er zelf schatrijk mee te worden. Wij willen de boer een betere prijs voor zijn koffie geven zodat zijn levensstandaard omhoog gaat.”

Waarom zijn tussenpersonen ouderwets?
“Omdat je tegenwoordig iemand aan de andere kant van de wereld een e-mail kunt sturen of via een webcam met diegene kunt praten. Voor dat contact zijn geen externe mensen nodig. Boeren kunnen in de moderne wereld in direct contact met de markt komen. Wij moeten ze enkel de juiste handvatten bieden. Dan vervalt de noodzaak om de klassieke tussenpersoon zoveel macht te geven en krijgen boeren een beter inkomen.”

Koffie2

Om bepaalde tussenpersonen kun je toch niet heen? Zoals een brander?
“Klopt. Er zullen altijd een paar tussenpersonen betrokken blijven, bijvoorbeeld een transporteur. Maar branden doen we zelf. We zijn op dit moment bezig om een koffiebrander aan te schaffen, zodat we op eigen houtje bonen kunnen branden.”

Lukt het om jullie verhaal aan de man te krijgen?
“Dat verschilt per kant van de productieketen. Als je dit verhaal aan boeren vertelt, zeggen ze meteen: ‘Ja natuurlijk willen we dit!’ Ze krijgen immers meer inkomsten en meer macht in de onderhandeling. Het probleem zit meer aan de vraagkant.”

Want?
“Het is een foute aanname dat bedrijven in Europa of de VS op een bedrijf zoals Wakuli zitten te wachten. Die hebben niet per se zin om de handelsketen te veranderen. Dat komt omdat iedereen wel lekker zit zoals het nu gaat. Ze voelen zich comfortabel bij de status quo.”

Is het vechten tegen de bierkaai?
“Ja, een beetje. Toen ik een eerste geïnteresseerde koffiecoöperatie had gevonden, ging ik langs bij kleine koffiewinkels met de vraag of ze niet op een andere manier koffie wilden inkopen. Wat bleek? Zij hebben altijd te maken met een grote handelaar, die ze zo’n comfortabel pakket biedt, dat ze geen behoefte voelen om elders af te nemen. Daar kom je moeilijk tussen. Ook al heb je nog zo’n mooi en eerlijk verhaal.”

Bij wie slaat het verhaal dan wel aan?
“We proberen het via nieuwe wegen, door consumenten en bedrijven direct aan te spreken. Dat is precies wat we met de kickstarter hebben gedaan. Op die manier hebben we 2.000 kilo koffie aan de man gebracht. Ook zijn er inmiddels drie restaurants die onze koffie vanaf oktober gaan serveren en nog een aantal kleine bedrijven dat het als koffie op het werk gaat schenken.”

Wat is het verschil met fair trade?
“Met fair trade zeg je eigenlijk vanuit het Westen dat er een bepaalde minimumprijs betaald moet worden voor koffie. Die ondergrens is te laag voor een goed levensonderhoud van boeren. Daarnaast kost het een coöperatie 10.000 euro om een fair trade-certificering te krijgen.”

Koffie4

Je bent niet zo gecharmeerd van fair trade?
“Zeker wel! Het heeft veel gebracht. Het was een van de eerste manieren waarmee we hebben bedacht hoe we ethischer kunnen inkopen en hoe we de consument kunnen garanderen dat de boer meer betaald krijgt.”

Zijn jullie dan een soort fair trade 2.0?
“Meer een vervolg. Het idee achter fair trade is dat het moeilijk is om vanuit hier te controleren wat er bij de bron gebeurt. Daarom stellen we regels vast en die normen communiceren we via een label. Wij gaan een stap verder en trekken de bron uit de anonimiteit en geven hem een eigen platform, gezicht en stem.”

Wat is jullie doelgroep op producentniveau?
“Als je kijkt naar de koffieproducerende sector, dan is niet iedereen interessant voor ons. Er zitten namelijk veel estates tussen waarbij koffie op bijna industriële schaal wordt geproduceerd. Wij richten ons puur op kleine boeren die zich organiseren in coöperaties. Boeren met maximaal 2 hectare grond.”

Waar werken jullie voornamelijk?
“We richten ons nu op landen in Oost- Afrika die ik door contacten het beste ken: Tanzania en Ethiopië. Daarnaast zijn we ook met een coöperatie in Guatemala in gesprek.”

Als ik nu een pak koffie koop bij jullie, hoeveel komt er dan bij de boer terecht?
“Volgens de koffiebarometer komt er tegenwoordig minder dan 10 procent van het totale geld dat wereldwijd in koffie omgaat, terecht in het land van herkomst en minder dan 5 procent bij de boer. Wij tillen die 10 procent naar 20 of 30 procent, dat is het doel.”

En hoe wordt dat betaald?
“Door een paar van die overbodige tussenpersonen uit de keten te snijden.”

Hoe weet ik zeker dat het geld niet direct in jullie zak eindigt?
“Wij zijn 100 procent transparant. Dat kun je het makkelijkst doen op de achterkant van een pak koffie. Je geeft een breakdown van alle kosten: wat gaat er naar de operatie, marketing, transport, enzovoorts. Daarnaast geef je aan waar de koffie vandaan komt en wat boeren eraan verdienen.”

En dat gaat allemaal op de achterkant van een pak koffie?
“Dat kan makkelijk met een QR-code. Door deze te scannen met een smartphone,
heb je alle relevante informatie binnen handbereik. Van verdiensten van de boer tot de sociale impact.”

Tegen welke problemen lopen jullie aan?
“Tot nog toe was het voornamelijk de financiering. We deden het simpelweg met spaarcenten. Die zijn inmiddels opgedroogd. Gelukkig is de kickstarter geslaagd en is er inmiddels een investeerder ingestapt.”

Hebben jullie geen conflicten met tussenpersonen?
“We krijgen wel waarschuwingen in Tanzania dat dit het koffielandschap zodanig verandert, dat we moeten oppassen dat we niemand tegen de schenen schoppen. Sommige tussenpersonen zien hun business in gevaar komen.”

Hoe voorkom je dat soort botsingen?
“Door nauw samen te werken met ngo’s. We halen veel extern advies binnen, onder andere van de Nederlandse ngo Agriterra. Zij helpen met dingen die je niet kunt weten als je niet veel ervaring hebt in landen in Oost-Afrika. Op het gebied van cultuur, de stakeholders, hoe de markt werkt en nog veel meer.”

Waar zijn jullie over drie jaar?
“Over drie jaar sourcen we koffie van minstens twintig coöperaties en verschepen we elke maand een container met 20.000 kilo koffie. Dat zou betekenen dat we veertigduizend boeren een betere prijs en beter leven bieden. Dan heb je pas echt een echte sociale impact.”

Portretten van boeren

Ostella Tegelē
Ostella Tegelē werkt voor de koffiecoöperatie MVIWAMBI in het zuidwesten van Tanzania. Al jaren heeft het boerencollectief moeite om kopers voor de lange termijn te vinden. Zelf beschikt Ostella over één hectare grond waarop ze koffie verbouwt. “De huidige marktprijs voor koffie dekt amper mijn productiekosten. De koffie die ik verbouw is goed, maar ik heb niet het idee dat ik ernaar beloond word.”

1

Uiuthuni Nduguru
De 62-jarige Uiuthuni Nduguru werkt al vijftig jaar als boer. Ook hij heeft zich sinds twee jaar aangesloten bij MVIWAMBI. Uiuthuni hoopt dat er genoeg geld opgehaald kan worden, zodat hij zijn boerderij draaiende kan houden. Het boerencollectief heeft hem in ieder geval al iets gebracht. Dankzij de coöperatie kreeg hij onder meer toegang tot agrarische productiemiddelen en trainingsprogramma’s. “Toch kan ik er moeilijk van leven, want de koffieprijs schommelt daarvoor te veel. Ik heb al jaren een onzeker inkomen.”

2

Fabian Komba
Fabian Komba zit sinds het begin bij de MVIWAMBI-coöperatie. Zijn familie verbouwt al koffie sinds het product door de Duitsers in Tanzania werd geïntroduceerd. “Ik was verbaasd toen ik hoorde dat mijn koffie tot de hoogste kwaliteit arabica hoort die er in het land te vinden is. Als mensen zouden weten wie de boeren van MVIWAMBI zijn, boeren zoals ik, dan krijg ik een betere prijs voor mijn koffie. Daar ben ik van overtuigd.”

3